Welkomstwoord staatssecretaris Gijs de Vries op de conferentie 'Wie de schakel past...'

12 september 2001

Kruimelpad

  1. Home 
  2. Actueel 
  3. Toespraken 
  4. Toespraken algemeen 
  5. Welkomstwoord staatssecretaris ...

Inhoud pagina: Welkomstwoord staatssecretaris Gijs de Vries op de conferentie 'Wie de schakel past...'

12 september 2001

Verbijstering, ontreddering, woede, afschuw - woorden schieten te kort bij de tragedie die Amerika gisteren trof. Wij zien de beelden, maar wat wij zien gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Wat gisteren gebeurde was niets minder dan massamoord, een schaamteloze schending van het recht op leven en van het fundamentele verbod om burgers het doelwit te maken van gewapende strijd. Ook Nederland is diep geschokt door deze gruwelijke misdaad.

De aanslagen op het WTC en het Pentagon confronteren ons met de kwetsbaarheid, niet alleen van de VS, het machtigste land ter wereld, maar ook onze eigen kwetsbaarheid. Alle democratieën zullen zich afzonderlijk en gezamenlijk de vraag moeten stellen hoe onze samenleving beter kan worden beveiligd, in de wetenschap dat absolute veiligheid tegen terrorisme helaas een illusie is. Als westerse democratieën staan wij ook voor de opgave met de instrumenten van het recht een antwoord te geven op deze rechteloosheid.

Vandaag, op deze conferentie over de veiligheid van Nederland, voelen wij ons diep verbonden met het Amerikaanse volk. Onze gedachten en ons respect gaan uit naar de duizenden slachtoffers en hun familieleden, en in het bijzonder naar de vele honderden politieagenten, brandweerlieden en andere hulpverleners die tijdens hun reddingswerk het hoogste offer brachten. Ik wil u vragen deze mensen met mij te gedenken.

Dames en heren,

Ik heet u van harte welkom op de conferentie `wie de schakel past...'. Een conferentie over de toekomst van de rampenbestrijding in Nederland.
(U hoeft de beelden die hier zojuist zijn vertoond niet eens goed te hebben bekeken om te beseffen dat de aandacht voor veiligheid geen moment mag verslappen.)

De beelden van Enschede en Volendam liggen nog vers in het geheugen. Dat waren niet de rampen van `daar ver weg', daar in Enschede en Volendam, het waren rampen van heel Nederland, van meelevende Nederlanders, van hulpverlenend Nederland en van bestuurlijk Nederland. Hoeveel mensen hebben bij het zien van de afschuwelijke beelden niet even om zich heen gekeken en zich afgevraagd hoe het zat met hun eigen veiligheid? Ook u heeft, hoop ik, de balans opgemaakt en de noodzaak gevoeld dat de veiligheidsketen die de Nederlandse rampenbestrijdingsorganisatie is, verder moet worden versterkt.

Het gaat niet alleen om een vuurwerkfabriek, of om een café op driehoog. Het gaat ook om industrieën, vervoersmodaliteiten, en bevolkingsdichtheid. Deze en andere factoren maken Nederland tot een risicovolle maatschappij.

Hoe gaan we daar als overheid mee om?

Een veiliger Nederland is natuurlijk niet een zorg voor de overheid alleen. De overheid deelt die zorg met burgers en bedrijven. Bestuurders van verenigingen en scholen hebben net zo goed een verantwoordelijkheid voor onder andere - brand - veiligheid. Ondernemers en ouders hebben die verantwoordelijkheid evenzeer als politie. De overheid moet wel leiding geven: normen stellen, controleren en waar nodig sanctioneren.

In Nederland hebben we binnen de overheid te maken met verschillende bestuurslagen: Rijk, provincies, regio's en gemeenten. Ieder met eigen taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Eenzelfde verdeling is ook terug te vinden bij de operationele diensten die bij de rampenbestrijding zijn betrokken.

Ieder zijn eigen taak - daar ligt de kracht én de zwakte van de veiligheidsketen. Er schuilt kracht in de kennis en kunde van elke afzonderlijke partij en de meerwaarde van die gebundelde kracht is groot. Maar ook de zwakheden van een stelsel van gedeelde verantwoordelijkheid zijn evident: het afschuiven van verantwoordelijkheden, het wegkijken bij het tekortschieten van partners, de competentieruzies.

Onmiskenbaar is dat de organisatie van de rampenbestrijding in ons land de afgelopen jaren aanzienlijk is verbeterd. Toch laten de rapporten van de Rekenkamer, de commissie-Oosting, de commissie-Alders en de Inspectie Brandweer en Rampenbestrijding zien dat het stelsel nog altijd een aantal zwakke schakels telt.

Zeker is dat de komende jaren door alle betrokkenen, operationeel zowel als bestuurlijk, extra werk moet worden verzet om alle aanbevelingen en actiepunten uit te voeren en daarmee de voorbereiding op rampenbestrijding te verbeteren.

Binnen het kabinet heeft veiligheid een hoge prioriteit. Dat is ook terug te zien aan het geld dat de afgelopen jaren extra is uitgetrokken voor de rampenbestrijding: van jaarlijks 20 miljoen in 1998 tot 200 miljoen structureel vanaf 2003.

Essentieel is dat deze investeringen de vereiste resultaten opleveren. Het gaat de burger niet om de input van de overheid, maar om de output. `Resultaat' is één van de vier R'en die aan de orde komen in de Toekomstverkenningen van het Kabinet. De andere drie R'en staan voor `Richting', `Ruimte' en `Rekenschap'.
De 4 R'en kunnen worden beschouwd als een werkmodel voor de rijksoverheid zelf: de overheid geeft richting, neemt ruimte, boekt resultaat en legt rekenschap af. Dat geldt echter niet alleen voor de Rijksoverheid, maar ook voor gemeenten, waterschappen en provincies.

De overheid is aanspreekbaar op de veiligheid. Zij moet daarom richting durven geven, prioriteiten en concrete doelen stellen. Aan zichzelf én aan anderen. De overheid moet daarbij duidelijk maken welke ruimte zij zelf opeist, welke taken de overheid dus tot de hare rekent, en hoeveel ruimte zij aan anderen geeft om de veiligheid te verbeteren. Een richtinggevende overheid moet hierover duidelijke afspraken maken met de verschillende partners. Bovenal is noodzakelijk dat rampenbestrijding hoog op de bestuurlijke agenda blijft staan. Het mag niet opnieuw, zoals na vorige rampen is gebeurd, wegzakken uit de prioriteitenlijst van bestuurders en volksvertegenwoordigers.

De Rijksoverheid heeft duidelijk `Richting' gegeven in de beleidsnota Rampenbestrijding 2000-2004. Kernpunten zijn een veel sterker accent op preventie en op bestuurlijke en operationele samenhang. Die richting is de juiste, zo stelden zowel de Commissie-Oosting als de Commissie-Alders. Waar het om gaat, zo benadrukte Alders terecht, is nu te doen wat is afgesproken. Hier liggen taken voor het rijk, maar ook voor de mede-overheden.
Er blijken nog altijd regio's te zijn die de rapporten Oosting en Alders en de kabinetsreacties niet bestuurlijk hebben besproken. Ik roep de betrokkenen op hun achterstand in te lopen.

`Ruimte' is door gemeenten, provinciën en rijk gecreëerd door extra geld vrij te maken. Ik heb opdracht gegeven tot een landelijk onderzoek om duidelijk te krijgen of de financiële middelen voor de rampenbestrijding die de diverse overheden beschikbaar hebben gesteld, toereikend zijn voor de noodzakelijke versterking.

Voor de omvang en verdeling van de middelen is van belang dat regio's bestuurlijk vaststellen aan welke risico's zij het hoofd moeten bieden en welke operationele capaciteit daarvoor nodig is. Tot nu toe heeft 60% van de regio's de risico's geïnventariseerd en 20% heeft de bestuurlijke besluitvorming afgerond. Hier moet nog veel werk worden verzet.

De overheid moet richting geven, ruimte nemen, resultaat boeken en rekenschap afleggen. Als alle overheden zo handelen, smeden wij een keten van sterke schakels. Een keten waarin geen plaats meer is voor de vrijblijvendheid waarmee de uitkomsten van het Project Versterking Brandweer hier en daar zijn behandeld.

Dames en heren,

Een veiligere samenleving is het werk van vele partners. Een veiligere samenleving is daarmee voor een belangrijk gedeelte afhankelijk van de kwaliteit van de samenwerking. Samenwerking tussen overheden onderling, tussen overheden en operationele diensten, én tussen overheden, instellingen, burgers en bedrijven.
Vandaag zullen verschillende sprekers zich buigen over hoe we dit het beste kunnen realiseren. De antwoorden, en onze gezamenlijke inzet om te doen wat wij hebben afgesproken, zijn van eminent belang voor de veiligheid van ons land.

Ik dank u wel.