Crisisbeheersing nationaal

Kruimelpad

  1. Home 
  2. Onderwerpen 
  3. Rampenbestrijding algemeen 
  4. Crisisbeheersing nationaal

Inhoud pagina: Crisisbeheersing nationaal

In deze rubriek Project Toetsing Crisisbeheersing treft u informatie - met een korte toelichting daarover - van het cluster Rampenbestrijding aan.

(Door op de link hieronder te klikken komt u direct bij de korte omschrijving van dat betreffende onderwerp).

Over het meerjarenproject
Het project in 2010
De pilot-toetsen
De eerste pilot


[bw]Over het meerjarenproject
Over Het meerjarenproject Toetsing crisisbeheersing betreft de integrale toetsing van de crisisbeheersing, zowel op nationaal als op decentraal niveau. Dit project van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (OOV) is onderdeel van het rijksbeleid om de effectiviteit en kwaliteit van de (rampenbestrijding en) crisisbeheersing te verbeteren.
Tot nu oefent de Inspectie OOV toezicht uit op de gemeenten en de regio’s die participeren in de crisisbeheersing. Crisisbeheersing bestaat echter uit een gemeentelijk/regionaal deel en een nationaal deel, die als één systeem moeten kunnen functioneren. Daarom heeft het kabinet besloten dat het rijkstoezicht zal worden verbreed naar het nationale deel. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid ontwikkelt en coördineert het toezicht. De uitvoering vindt plaats in samenwerking met de andere betrokken toezichthouders.
Voor het toezicht op de crisisbeheersing zijn de volgende uitgangspunten vastgesteld:

  • Het Rijkstoezicht wordt primair gericht op de werking van het totale systeem van crisisbeheersing onder praktijkomstandigheden, inclusief de samenhang van de verschillende onderdelen en niveaus. Hiertoe wordt het rijkstoezicht op de regionale rampenbestrijding en op de nationale crisisbeheersing geïntegreerd.
  • Bij dit systeemtoezicht zal geen - kunstmatig - onderscheid worden gemaakt tussen centraal en decentraal niveau of tussen overheid en bedrijfsleven.
  • Het toezichtskader moet ook geschikt en beschikbaar zijn voor zelftoetsing en andere vormen van toetsing en monitoring.
  • Om de toezichtslast zo beperkt mogelijk te houden zullen de toezichthouders maximale complementariteit nastreven met de overige vormen van toetsing. Om de complementariteit te faciliteren wordt vanuit het rijk bij alle vormen van toetsing de uniformiteit in toetsmethoden en beoordelingsnormen bevorderd, alsmede de validiteit van de toetsing.

[bw]Het project in 2010
De onderdelen van het project in 2010 zijn:

  • De afronding van het Toetsingskader crisisbeheersing (vooral voor de preparatiefase).
  • De uitwerking van het toetsinstrumentarium, onder meer met behulp van pilots.
  • Een nulmeting op nationaal niveau en bij de aansluiting op het regionale niveau van een aantal kritieke voorzieningen voor de crisisbeheersing (najaar 2010).

In 2011 kan op basis van deze resultaten worden gestart met structureel toezicht.
Het toetsingskader en het toetsinstrumentarium zullen dan nog worden aangevuld en bijgesteld vanuit de ervaringen hiermee bij de IOOV en andere toezichthouders, en bij de crisisorganisaties zelf.


[bw]De pilot-toetsen
De pilot-toetsen moeten uitsluitsel geven over de volgende vragen:

  • Hoe kunnen de zelftoetsing en het rijkstoezicht zo effectief en efficiënt mogelijk worden uitgevoerd?
  • Wat is nodig voor de gevraagde complementariteit van zelftoetsing en toezicht?
  • Wat is verder nodig om doelmatig en efficiënt te toetsen, zowel bij het voorbereiden als bij de uitvoering van de zelftoetsing en het rijkstoezicht?
  • Hoeveel verder moet het concept Toetsingskader crisisbeheersing nog worden uitgewerkt en geconcretiseerd?
  • Wat is noodzakelijk en/of gewenst voor het verwerken, het analyseren en beoordelen van de bevindingen en voor het rapporteren van de toetsresultaten.

De pilots hebben dus niet tot doel om de huidige kwaliteit van onderdelen van de crisisbeheersing te toetsen en daarover te rapporteren.


[bw][bw]De eerste pilot
Bij de eerste pilot wordt het integrale proces Informatievoorziening getoetst en de aansluiting van dit proces op andere processen als analyseren, beoordelen en besluitvorming, ketenregie en crisiscommunicatie. Het scenario is een onverwachte stroomuitval op de bovenleiding van het spoorwegnet bij extreem weer in meerdere regio’s. Aan de pilot werken onder andere mee het NCC, het LOCC, het DCC van VenW, ProRail, NS Reizigers en de veiligheidsregio’s Kennemerland en Twente.