Lopend onderzoek

Kruimelpad

  1. Home 
  2. Onderwerpen 
  3. Rampenbestrijding algemeen 
  4. Lopend onderzoek

Inhoud pagina: Lopend onderzoek

In deze rubriek treft u de Lopende onderzoeken - met een korte toelichting daarover - van het cluster Rampenbestrijding aan.

De Geplande onderzoeken treft u in de meeste recente versie van het Werkplan van de Inspectie aan.

De Uitgevoerde onderzoeken kunt u terugvinden onder Rapporten.

(Door op de onderstaande links te klikken komt u direct bij de korte omschrijving van dat betreffende onderzoek).


[bw]Continuïteitsplanning grieppandemie (Voorbereiding Rijksoverheid)

Een grieppandemie is niet alleen een medisch, maar ook een maatschappelijk probleem met een enorme impact. Het is daarom belangrijk dat zowel het bedrijfsleven als de overheid maatregelen nemen om de continuïteit van de bedrijfsvoering te garanderen en grootschalige uitval van personeel het hoofd te bieden.

In opdracht van de Ministerraad moest 80% van de vitale organisaties (waaronder ook de Rijksoverheid) eind 2009 het scenario van een grieppandemie in hun continuïteitsplan hebben verwerkt. In de zomer van 2009 hadden alle dertien kerndepartementen hun continuïteitsplan gereed, eind 2009 was dit het geval bij de kritieke uitvoeringsorganisaties. Onder coördinatie van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (Inspectie OOV) hebben de departementale auditdiensten in het najaar van 2009 een quick scan op de plannen uitgevoerd en hierover gerapporteerd aan de eigen departementsleiding. De Inspectie OOV heeft vervolgens op basis van de bevindingen van de auditdiensten een totaalrapportage opgesteld voor de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (link naar het inspectiebericht ‘Continuïteitsplanning grieppandemie’)

Dit inspectiebericht bevat tevens een instrument voor het uitvoeren van een zelftoets (link naar de zelftoets continuïteitsplan) op uw continuïteitsplan. Dit instrument is een gecomprimeerde en op onderdelen aangepaste versie van de vragenlijst die de auditdiensten en Inspectie OOV hebben gebruikt bij de quick scan op de departementale continuïteitsplannen.

[bw]Kwaliteit gemeentelijke processen

De gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisaties kunnen nog op verschillende punten vooruitgang boeken. Een belangrijk verbeterpunt is de (minimum)bezetting van de gemeentelijke actiecentra evenals de borging van cruciale functies. Zowel de minimumbezetting van de actiecentra als de borging van cruciale functies is veelal onvoldoende in gemeentelijke planvorming opgenomen. Daarnaast constateert de Inspectie dat er met betrekking tot deze onderwerpen geen sprake is van regionale uniformiteit, terwijl dit bij voorkeur wel moet worden nagestreefd.

Deze factoren (minimumbezetting, borging cruciale functies en regionale uniformiteit) vormen de basis voor het waarborgen van de continuïteit van de bezetting van de actiecentra.
Samenwerking met andere gemeenten in de regio kan, zeker in het geval van relatief kleine gemeenten, een positieve bijdrage leveren aan een structurele personele bezetting van de gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisatie.

Verschillende factoren zijn van belang bij een effectieve taakuitvoering van de gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisatie. Zo heeft de onduidelijke aansturingstructuur tijdens de praktijktoetsen direct negatieve gevolgen gehad voor de effectiviteit van de werkzaamheden van het team bevolkingszorg en voor de aansturing van de gemeentelijke actiecentra. Dit geldt tevens voor factoren als taakonbekendheid en bewustzijn van ketenafhankelijkheid. De uitvoering van de gemeentelijke taken is nu nog teveel afhankelijk van de prestaties van individuen.

Het opleiden en oefenen van gemeentelijke functionarissen ten behoeve van de gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisatie lijkt een logische eerste stap te zijn in de richting van een meer effectieve uitvoering van de taken binnen de gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisatie. Langs deze weg kan ook een structurele kwaliteitsverbetering worden bereikt.

Landelijk gezien voldoet bijna tweederde van de onderzochte actiecentra CRIB en Opvang en Verzorging aan het tijdscriterium van 90 minuten dat de Inspectie OOV aan de opkomst heeft gesteld. De kortere opkomstnorm van 30 minuten voor het actiecentrum Voorlichting wordt vaak niet gehaald. Gezien de cruciale rol van het proces voorlichting bij de rampenbestrijding en gezien de noodzakelijke ondersteuning van de coördinator voorlichting in het team bevolkingszorg acht de Inspectie een langere opkomsttijd voor dit actiecentrum echter niet wenselijk.

Aansluiting van de gemeentelijke onderdelen bij de informatiestroom van de rampenbestrijdingsorganisatie is van cruciaal belang voor een effectieve uitvoering van de werkzaamheden.

Zoals uit het RADAR-onderzoek is gebleken, ontbreekt in de basissamenstelling van het team bevolkingszorg in vrijwel alle gemeenten een informatiemanager die hiervoor moet zorgen. De wisselwerking tussen de taakuitvoering en het informatiemanagement is een   aandachtspunt: door een onvoldoende effectieve en efficiënte taakuitvoering door de actiecentra wordt het informatiemanagement negatief beïnvloed. Omgekeerd geldt hetzelfde: tekortkomingen in het informatiemanagement hebben een negatieve weerslag op het functioneren van de gemeentelijke actiecentra. De facilitaire en technische ondersteuning binnen de gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisatie behoeft aandacht. De geconstateerde toegangsproblemen en technische gebreken kunnen tijdens een werkelijk incident leiden tot ernstige vertraging bij het opstarten van de actiecentra.

De gemeenten vormen de vierde hulpverleningskolom binnen de regionale rampenbestrijdingsorganisatie en zijn onmisbaar voor een adequate bestrijding van een ramp of grootschalig incident. De Inspectie OOV acht het daarom van belang dat de gemeentelijke
rampenbestrijdingsorganisatie zich ontwikkelt naar analogie van de kwaliteitseisen zoals die in het besluit zijn gesteld voor de verschillende onderdelen van de hoofdstructuur. Hierbij hebben de gemeenten uiteraard ondersteuning nodig van de regionale rampenbestrijdingsorganisatie.

Het vierde kwartaal van 2010 zal gestart worden met een Inspectie OOV onderzoen naar verdere versteviging van de gemeentelijke rampenbestrijdingskolom.

[bw]Risico- en crisiscommunicatie

Uit incidenten als de Poldercrash, Koninginnedag Apeldoorn, de bos- en duinbrand in Schoorl en het salpeterzuurlek in Donrijp (Friesland) (link naar antwoord op Kamervragen over het ontsnappen van salpeterzuur in Donrijp(link naar antwoord op Kamervragen over het ontsnappen van salpeterzuur in Donrijp (extern)) blijkt dat het aspect communicatie nog te verbeteren valt.

De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid onderzoekt de communicatie door de overheid richting burgers en bedrijven, maar ook door bedrijven naar burgers. Bovendien wordt onderzocht welke media worden gehanteerd voor het informeren van burgers. Ook wordt gekeken of de verschillende instrumenten worden toegepast om informatie te vergaren voor de beeldvorming over de beleving van burgers, zodat daar adequaat op kan worden gereageerd.

[bw]Kwaliteit vergunningverlening publieksevenementen

Burgers hebben recht op bescherming van hun gezondheid en veiligheid tijdens publieksevenementen. De gemeente beslist over het al dan niet verlenen van een vergunning voor een publieksevenement.

In 2008 concludeerden de Inspectie OOV en de Inspectie Gezondheidszorg dat gemeenten hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid bij publieksevenementen via vergunningverlening onvoldoende waarmaakten. (Gezondheidsbescherming bij publieksevenementen onvoldoende geborgd).

In 2010 toetsen de Inspectie OOV en de Inspectie Gezondheidszorg wederom de kwaliteit van de vergunningverlening voor publieksevenementen. Het onderzoek spitst zich toe op de gemeenten als vergunningverlener en op de kwaliteit van de (multidisciplinaire) advisering door de politie, de brandweer en de bureaus Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen. Er wordt onder meer gekeken naar de wijze waarop gemeenten omgaan met adviezen en het beleid dat gemeenten voeren ten aanzien van vergunningverlening en advisering.

De gang van zaken bij recente grote publieksevenementen in Hoek van Holland en Duisburg onderstrepen de urgentie en de actualiteit van het huidige inspectieonderzoek.

Bekijk voor meer informatie het Projectplan Kwaliteit van het proces van vergunningverlening publieksevenementen.Pdf-icoon


[bw]In aanvulling op Kwaliteit vergunningverlening publieksevenementen:
Oriëntatie “lessen uit Hoek van Holland”

Aanleiding
Mede naar aanleiding van berichten in de media dat politievakorganisaties zich zorgen maken over de inzet van politie bij grootschalige publieksevenementen waarbij zij aandringen op onafhankelijk onderzoek door de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, heeft de Inspectie OOV een oriënterend onderzoek verricht.

De Inspectie doet op dit moment samen met de Inspectie voor de Gezondheidszorg onderzoek naar dit thema. Het huidige onderzoek richt zich op de kwaliteit van het proces van vergunningverlening bij publieksevenementen. Speciaal is daarbij aandacht voor de regisserende rol en verantwoordelijkheid van de gemeenten, de kwaliteit van het gemeentelijke evenementenbeleid, het multidisciplinaire karakter van de advisering door de drie hulpverleningsdiensten en de aanpak bij het toezicht op de naleving van de voorwaarden en de handhaving. Het onderzoek wordt in het voorjaar van 2011 afgerond.

Een groot deel van de aangedragen zorgpunten wordt met dit onderzoek onder de loep genomen. De oriëntatie richt zich daarom op twee vragen:

  1. Welke lessen de korpsen hebben getrokken uit het gebeuren in Hoek van Holland, welke aanbevelingen uit het COT-rapport over Hoek van Holland zijn overgenomen?
  2. Ligt het in de rede om op dit moment verdergaand onderzoek te doen naar de inzet van politie bij grootschalige evenementen?

Werkwijze
De oriëntatie heeft een vierledige focus gehad:

  • Brengen: wat heeft het korps Rotterdam Rijnmond voor inspanningen verricht om de lessen uit Hoek van Holland onder de  andere korpsen uit te zetten?
  • Halen: wat hebben de andere korpsen geleerd van het gebeuren in Hoek van Holland en welke aanbevelingen uit de COT-evaluatie hebben ze overgenomen?
  • Landelijk politie: wat hebben de samenwerkende korpsen (vtsPN, NPI, strategische beleidsgroep Conflict- en Crisisbeheersing, expertgroepen) en de beraden (Korps-beheerdersberaad i.o. en Raad van Korpschefs i.o.) voor initiatieven ontplooid op dit vlak?
  • Landelijk BZK: wat hebben de relevante onderdelen van het ministerie van BZK voor initiatieven genomen naar aanleiding van de strandrellen en het verschijnen van het COT-rapport?

Dit heeft geleid tot de volgende oriënterende acties:

  • Gesproken is met vertegenwoordigers van het korps Rotterdam-Rijnmond, van de vtsPN/NPI, van het programma bestuurlijke aanpak en de afdeling relatiebeheer (ministerie van BZK) en van het COT.
  • Onderzoek naar recente besprekingen ministerie van BZK-korpsen.
  • Via de IOOV-contactinspecteurs is alle korpsen gevraagd naar de stand van zaken.

Bevindingen
Het thema evenementenbeleid staat prominent op de agenda, zowel bij de korpsen als bij de koepel(s) en het departement. Op verschillende terreinen zijn bewegingen ingezet. De ontwikkeling van een landelijke multidisciplinaire handreiking voor evenementenveiligheid wordt van diverse zijden een kansrijk initiatief genoemd.

Korpsen

  • Elk korps ziet het belang in van ‘de lessen van Hoek van Holland’. Evenementenbeleid is, zoals zij dat zelf aangeven, echter één van de vele prioriteiten bij de politie. De mate waarin de lessen worden opgepakt, verschilt daarom sterk per korps. Zo heeft Rotterdam-Rijnmond – logischerwijs – alle aanbevelingen overgenomen. Ook Utrecht heeft een groot deel van de aanbevelingen geïmplementeerd. Andere korpsen hebben vooral hun eigen evenementenbeleid ‘bekeken’ of zijn voornemens om het te doen. Opgemerkt dient te worden dat niet alle politieregio’s grote evenementen herbergen, waardoor de urgentie van het onderwerp per regio kan verschillen.
  • In de reacties van de korpsen is een aantal rode draden te ontdekken:
    o Korpsen uiten hun zorg bij de inzet van politie bij evenementen: de capaciteitsdiscussie.
    o Korpsen noemen het verbeteren van de informatiepositie en informatieuitwisseling in dit kader relevant.
    o Korpsen koppelen het evenementenbeleid, intern, sterk aan CCB en SGBO.
    o Korpsen zijn doende met het regionaliseren van het evenementenbeleid in de veiligheidsregio en spreken gemeenten aan op hun verantwoordelijkheid.

Landelijke initiatieven

  • De ontwikkeling van een multidisciplinaire landelijke handreiking voor veiligheid bij evenementen.
  • ‘Fenomeenonderzoek’ naar geweld tegen politiefunctionarissen tijdens evenementen (inmiddels verschenen).
  • Wet- en regelgeving.
  • Technische (C2000) maatregelen.

Inspectieonderzoek

  • De Inspectie doet samen met IGZ onderzoek naar de kwaliteit van het proces van vergunningverlening bij evenementen en het evenementenbeleid. Voorjaar 2011 wordt een rapportage uitgebracht.

Conclusie
Het huidige onderzoek van de Inspectie OOV naar de kwaliteit van het proces van vergunningverlening bij publieksevenementen dekt vrijwel alle vragen die vakorganisaties recent opwierpen in de media. De enige vraag die blijft liggen is die naar de inzet van politiepersoneel bij evenementen en de gevolgen daarvan voor de (verminderde) inzetbaarheid voor andere kerntaken van de politie. Inspectieonderzoek van welke aard dan ook zal de oplossing van dit probleem naar verwachting niet dichterbij brengen.

Op verschillende terreinen zijn initiatieven gaande en is de sense of urgency aanwezig. Een separaat onderzoek van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid zou daarmee, op dit moment, geen toegevoegde waarde hebben ten opzichte van het huidige onderzoek. Wel zullen de ontwikkelingen in het veld in het lopende onderzoek beschreven worden en zal de Inspectie OOV de ontwikkelingen blijven volgen.