Kruimelpad
- Home
- Onderwerpen
- Rampenbestrijding algemeen
- Rampenbestrijding op orde
Inhoud pagina: Rampenbestrijding op orde
Voor het kabinet Balkenende IV (demissionair sinds februari 2010) vormde veiligheid een van de belangrijkste thema’s en de minster van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (minister BZK) benoemde versterking van de veiligheidsregio’s tot een van haar speerpunten.
Om deze versterking te realiseren heeft de minister onder andere het initiatief genomen tot nieuwe wetgeving die moet waarborgen dat de regio’s voldoen aan de basisvoorwaarden om een grootschalig incident of een ramp aan te kunnen. Begin februari 2010 is de wet door de Eerste Kamer aangenomen. Naar verwachting zal de wet in op 1 oktober 2010 de loop van 2010 in werking treden.
Link naar Wet veiligheidsregio's![]()
Daarnaast heeft zij convenanten afgesloten met het merendeel van de 25 veiligheidsregio’s. Deze convenanten bevatten afspraken over regionalisering van de brandweer en over het in ieder geval per 1 januari 2010 al voldoen aan een aantal eisen van de nieuwe wetgeving, los van het moment van inwerkingtreding daarvan.
Link naar Voorlichtingsbrochure Convenant Veiligheidsregio![]()
De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (Inspectie OOV) houdt al enige jaren systematisch toezicht op de rampenbestrijding. In 2008 heeft de minister BZK laten weten dat de rampenbestrijding begin 2010 op orde moest zijn. De veiligheidsregio’s moeten dan minimaal voldoen aan de basisvereisten crisismanagement zoals deze zijn opgenomen in het ontwerp besluit veiligheidsregio’s. De Inspectie OOV houdt toezicht op de (voorbereiding op de) rampenbestrijding en onderzoekt hoe de regio’s er voor staan. Om inzicht te krijgen in het niveau van de rampenbestrijding op dat moment heeft de Inspectie OOV in 2008 het programma ‘Rampenbestrijding op orde’ gestart. Dit heeft begin 2010 geleid tot een rapportage met daarin de staat van de rampenbestrijding.
Link naar eindrapport Rampenbestrijding op Orde
Met als kader de Wet veiligheidsregio’s en het daarop gebaseerde Besluit veiligheidsregio’s
heeft de Inspectie OOV in dit programma door middel van drie projecten, risicoprofiel & bovenregionale samenwerking (link), multidisciplinair opleiden en oefenen (link) en RADAR (link) de verschillende aspecten van de (voorbereiding op) de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de veiligheidsregio’s getoetst.
Onderzoeksopzet
In 2002 is de Inspectie OOV begonnen met systematisch onderzoek naar rampenbestrijding. In 2008 heeft de (toenmalige) minster BZK de Inspectie OOV gevraagd te onderzoeken hoe de 25 regio’s er eind 2009 voorstaan op het punt van hun voorbereiding op rampen.
In verband hiermee heeft de Inspectie OOV onderzocht in hoeverre de regio’s de afgelopen jaren die voorbereiding door middel van risicoprofielen, beleidsplannen en bovenregionale samenwerking hebben vormgegeven. Ook is zij nagegaan of de sleutelfunctionarissen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding qua (bij)scholing en oefening op hun taken zijn voorbereid. Door middel van praktijktoetsen heeft zij de operationele prestaties van de regio’s gemeten en via een monitoringtraject heeft zij bijgehouden of de regio’s aandachtspunten uit de praktijktoetsen hebben opgepakt.
Als vierde hulpverleningskolom zijn de gemeenten onontbeerlijk voor een integrale benadering en aanpak van een ramp of crisis. Tijdens en direct na de acute fase van een ramp op grootschalig incident zijn zij verantwoordelijk voor de uitvoering van een aantal belangrijke deelprocessen, zoals de opvang en verzorging van slachtoffers, de registratie van getroffenen en evacués, de informatieverstrekking aan verwanten en de communicatie met de pers. Ofschoon er voor de gemeentelijke deelprocessen nog geen kwaliteitseisen zijn vastgesteld, heeft de Inspectie OOV in goed overleg met het veld ook daarnaar gekeken.
Het onderzoek van de Inspectie OOV heeft zich gericht op verschillende elementen van de voorbereiding op de rampenbestrijding die in ieder geval op orde moeten zijn om een ramp te kunnen bestrijden of een crisis te kunnen beheersen. De Inspectie OOV heeft deze elementen onderzocht, in overeenstemming met de afspraken tussen de minister BZK en de Inspectie OOV.
Hoe nu verder?
Het rapport ‘De Staat van de rampenbestrijding’ betekent het sluitstuk van het programma Rampenbestrijding op Orde. De betrokkenheid van de Inspectie OOV bij de Veiligheidsregio’s en gemeenten houdt hiermee echter niet op. Met intreding van de Wet Veiligheidsregio’s per 1 oktober 2010 is de taak van de Inspectie OOV in de wet vastgelegd. In tegenstelling tot voorheen is de Inspectie OOV na de intreding van de wet de eerstelijns toezichthouders. Op dit moment ligt deze taak (nog) bij de provincies.
De Inspectie OOV zal blijven volgen in hoeverre de regio’s de aandachtspunten uit het programma Rampenbestrijding op Orde aanpakken. Zij zal de minister BZK periodiek blijven informeren over de vorderingen van de regio’s.
De Inspectie OOV wil de veiligheidsregio’s ondersteunen in het realiseren van oplossingen voor hardnekkige knelpunten. De eigen verantwoordelijkheid van de regio’s staat daarbij voorop. In dit kader wil de Inspectie OOV de regio’s ook in staat stellen om zelf tot kwaliteitsverbetering te komen. Daartoe zal een evaluatie-instrument ontwikkeld worden waarmee de regio’s zelf grootschalige oefeningen en incidentafhandeling kunnen beoordelen.
