Impressie Stadionsessies 2010

Kruimelpad

  1. Home 
  2. Onderwerpen 
  3. Rampenbestrijding algemeen 
  4. Rampenbestrijding op orde 
  5. Impressie Stadionsessies 2010

Inhoud pagina: Impressie Stadionsessies 2010

 

De Inspectie OOV heeft begin juni 2010 drie stadionsessies georganiseerd. Opeenvolgend werden het Philips Stadion in Eindhoven, de Amsterdam ArenA in Amsterdam en het Abe Lenstra Stadion in Heerenveen bezocht. Tijdens de bijeenkomsten werden de regio’s in de gelegenheid gesteld om op interactieve wijze ervaringen, problemen en oplossingen met elkaar uit te wisselen. De Inspectie presenteerde kort haar belangrijkste bevindingen en conclusies uit de 'De Staat van de Rampenbestrijding'  waarna de groep uiteen ging om verschillende workshops bij te wonen.

De onderwerpen die tijdens de bijeenkomsten aan de orde kwamen, waren netcentrisch werken, bovenregionale en nationale samenwerking crisisbeheersing, bovenregionale samenwerking op het terrein van de meldkamer, gemeenten en rampenbestrijding en het vervolgtraject van de Inspectie OOV.
Presentatie IOOV stadionsessies 2010Pdf-icoon

Netcentrisch werken

Uit de ‘Staat van de rampenbestrijding’ komt het onderwerp informatiemanagement als belangrijk aandachtspunt naar voren. Het blijkt een ‘achilleshiel’ te zijn. Veel regio’s hebben moeite met de in- en uitvoering van het informatiemanagement volgens de eisen van de Wet veiligheidsregio’s.

Tijdens de workshop over netcentrisch werken deelden de veiligheidsregio’s Zuidoost-Brabant, Kennemerland en Noord-Holland Noord hun ervaringen met de invoering van het netcentrisch werken. Aan het begin van de workshop werden vragen vanuit de zaal geïnventariseerd (‘wat komt u vandaag halen?’). Deze vragen hadden onder andere te maken met nut en noodzaak van het systeem, partners in het informatiemanagement, mono- en multidisciplinair informatiemanagement en de rol van gemeenten.

De regio’s hadden in hun presentaties aandacht voor het instrument, de manier van werken, het veranderingsproces en het belang van oefenen. De aanwezigen kregen praktische tips en trucs om dit punt binnen hun eigen regio op te pakken.

Netcentrisch werken veiligheidsregio KennemerlandPdf-icoon
Netcentrisch werken Veiligheidsregio Zuid-Oost BrabantPdf-icoon

Stadionsessie Eindhoven

Bovenregionale en nationale samenwerking crisisbeheersing

Zowel op mono- als op multidisciplinair niveau zijn er veel mogelijkheden voor bovenregionale samenwerking. Deze worden op dit moment echter nog niet optimaal benut. In deze workshop werd met de deelnemers besproken wat er in hun regio’s aan bovenregionale samenwerking wordt gedaan op de punten bestuurlijke organisatie; organisatie beleidsvoering, organisatie bedrijfsvoering en operationele organisatie.

De knelpunten voor bovenregionale samenwerking werden geïnventariseerd. Uit de reacties van de deelnemers kwam naar voren dat binnen de regio’s veel wordt gedaan aan operationele samenwerking, maar dat de andere thema’s duidelijk achterblijven.

Verder werd aangegeven, dat het van belang is om ook te kijken naar de resultaten die wél zijn geboekt. Waarom is dit succesvol en wat valt hiervan te leren?

 

Bovenregionale multidisciplinaire samenwerking meldkamers

In Nederland zijn vanuit zeven regio’s drie initiatieven ontplooid op het gebied van bovenregionale multidisciplinaire samenwerking van meldkamers, namelijk Meldkamer Noord-Nederland (Drachten), Meldkamer Oost Nederland (Apeldoorn) en Operationeel Centrum Stichtse Brug (Zeewolde).

Tijdens deze workshop gingen de projectleiders van de drie projecten in op het hoe en waarom van deze ontwikkeling. Allereerst werd ingegaan op het belang van de meldkamer bij de rampenbestrijding. Uit de ‘Staat van de rampenbestrijding’ van de Inspectie OOV blijkt dat de meldkamer een cruciale rol vervult en samen met informatiemanagement in veel regio’s een verbeterpunt is. Het woord meldkamer wordt bijna 1000 keer genoemd in het rapport! Dit staat in schril contrast met het feit dat meldkamers doorgaans niet zijn opgenomen in de planvorming voor rampenbestrijding.

Vervolgens werd een aantal cases behandeld. Ten eerste de Meldkamer Noord Nederland (MKNN). De MKNN zal werken voor de regio’s Fryslan, Groningen en Drenthe, en in oktober 2011 operationeel worden. Er komen 28 meldtafels en het aantal fte’s daalt van 190 naar 132. Ten tweede, het Operationeel Centrum Stichtse Brug (OCSB) waarin de regio’s Gooi en Vechtstreek, Flevoland (en waarschijnlijk Utrecht) samenwerken. Naast het verbeteren van de informatievoorziening is ook grote aandacht voor kwaliteitsverbetering en lagere kosten (15 tot 20 %). Ten derde, de Meldkamer Oost Nederland (MON). Dit wordt een gemeenschappelijke meldkamer voor de regio’s IJsselland en Noord-Oost Gelderland. Binnen de MON zullen de servicecentra en gemeenschappelijke meldkamers van Zwolle en Apeldoorn worden geïntegreerd. De meldkamer wordt operationeel op 28 september 2010.

Meldkamers hebben over het algemeen fallback en uitwijk nog niet goed geregeld. Binnen de zogenaamde DAZ-driehoek (Drachten, Apeldoorn, Zeewolde) trekken de drie interregionale meldkamers samen op. In de nabije toekomst zullen de drie nieuwe bovenregionale meldkamers voor elkaar als uitwijk- en fallbacklocatie gaan optreden. Enkele uitgangspunten daarbij zijn dat elke meldkamer moet beschikken over essentiële gegevens, de aanrijtijden geborgd en de systemen op elkaar afgestemd.

Bovenregionale multidisciplinaire samenwerking meldkamersPdf-icoon

Gemeenten en rampenbestrijding

De gemeenten vormen een bijzondere hulpverleningdienst; voor gemeenteambtenaren is rampenbestrijding immers geen dagelijks werk of kerntaak. Daarnaast staan gemeenten niet onder een éénhoofdige leiding zoals een bijvoorbeeld brandweerkorps. Samenwerking van gemeenten is dus van groot belang. Hoe krijgt dat vorm, hoe kom je tot een werkverdeling, hoe ondersteun je de implementatie in de individuele gemeenten en wat is realistisch voor de ambitie in relatie tot de context waarin gemeenten werkzaam zijn en opereren? Tijdens deze workshop kwamen de ervaringen uit en uitdagingen in de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant aan de orde waar 26 gemeenten samen vormgeven aan de gemeentelijke inzet.

Uit de presentatie en de hierop volgende discussies is naar voren gekomen dat bestuurlijke aandacht en draagvlak voor de crisisbeheersing van essentieel belang zijn om een goede organisatie te kunnen opbouwen. In Midden- en West-Brabant zijn alle gemeentesecretarissen gemotiveerd voor het onderwerp en is er een goede samenwerking. Dit werkte stimulerend voor de gehele organisatie.

Veel aanwezigen bij de workshops zijn het er over eens dat de eisen die de Wet veiligheidsregio’s aan de gemeenten stelt niet altijd praktisch te regelen zijn. Zo zijn bijvoorbeeld opkomsttijden moeilijk te halen omdat de meeste gemeentefunctionarissen niet in de gemeente wonen waar zij werken.

De aanwezigen erkenden de meerwaarde van de samenwerking tussen gemeenten en veiligheidsregio en zijn hier ook in meer of mindere mate mee bezig. Hierdoor kan makkelijker worden voldaan aan de eisen uit de wet en nog belangrijker is dat het de kwaliteit van de rampenbestrijding en crisisbeheersing naar een hoger niveau tilt. Voorbeelden hiervan zijn het ‘inkopen’ van diensten bij grote gemeenten door kleine gemeenten ten tijde van een crisis, het regionaliseren van de functie van piket AOV of poolvorming voor de inzet en vervanging van gemeentefunctionarissen.

Gemeenten en rampenbestrijding Midden- en West-BrabantPdf-icoon

 

Het vervolg…

Om de beweging die het onderzoeksprogramma Rampenbestrijding op Orde in gang heeft gezet voort te zetten, werkt de Inspectie OOV – in overleg met de regio’s – aan een follow-up. Het jaar 2010 staat onder meer in het teken van de ontwikkeling van een evaluatie-instrument voor de regio’s. Tijdens deze workshop stond dit instrument centraal. De deelnemers werden gevraagd om in groepjes met elkaar de volgende vijf vragen te beantwoorden:

  • Wat zou het evaluatie-instrument tot doel moeten hebben?
  • Op welke wijze kan de regio hieraan bijdragen?
  • Hoe moet het instrument eruit gaan zien?
  • Wanneer (in tijd) zou de introductie voor uw organisatie het meeste rendement geven?
  • Welke adviezen wilt u de Inspectie OOV meegeven?
     

Het evaluatie-instrument moet eraan bijdragen dat regio’s zelf kunnen beoordelen of zij voldoen aan de wet- en regelgeving. Aandachtspunt hierbij is de validatie van gegevens.

Uit de verschillende workshops kwam naar voren dat maatwerk een belangrijk aspect is voor de regio’s. Er moet aandacht zijn voor regiospecifieke kenmerken en/of ambities. Dat het instrument moet aansluiten op regionale kwaliteitssystemen is eveneens een punt van aandacht.

Daarnaast werd aangegeven dat bij evaluaties van inzetten en oefeningen ook naar het resultaat moet worden gekeken. Met andere woorden, het is niet alleen belangrijk dat het geheel voldoet aan de wettelijke kaders maar vooral dat het beoogde resultaat is bereikt.

Over het algemeen is men van mening dat de Inspectie OOV bij de regio’s moet blijven langsgaan en hen ook waar mogelijk moet ondersteunen. Verder komt interregionale toetsing in de discussie als optie naar voren en wordt het van belang gevonden dat toetsingskaders elkaar niet overlappen maar juist aanvullen (Aristoteles, toetsingskader IOOV etc.).

Het vervolgPdf-icoon